Depressie


Wat is depressie?

Depressie is een internaliserend probleem. Het valt onder de categoriale benadering. Hierin worden stoornissen gezien als duidelijk begrensde afzonderlijke eenheden.

Er zijn een aantal voordelen dat deze stoornis categorisch is, dit omdat er hierdoor binnen de wetenschap en de praktijk mogelijk is om met elkaar te communiceren. Een ander voordeel is dat het mogelijk is om te onderzoeken welke behandeling het meest werkzaam is. Maar er is ook een nadeel; het is erg zwart – wit. Je hebt namelijk een aantal kenmerken nodig wil de diagnose gesteld kunnen worden, heb je een kenmerk te weinig, dan heb je het al niet.

De criteria voor depressie

5 (of meer) van de symptomen moeten binnen dezelfde periode van 2 weken aanwezig zijn geweest;

  • Depressieve of prikkelbare stemming gedurende het grootste deel van de dag.
  • Duidelijke vermindering van interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag.
  • Duidelijke gewichtsvermindering zonder dat dieet wordt gehouden of gewichtstoeneming, of (bijna) elke dag afgenomen of toegenomen eetlust.
  • Slapeloosheid of versterkte slaperigheid.
  • Psychomotorische agitatie of remming.
  • Moeheid of verlies van energie
  • Gevoelens van waardeloosheid met of buitensporige of onterechte schuldgevoelens.
  • Verminderd vermogen tot nadenken of concentratie of besluitenloosheid.
  • Terugkerende gedachten aan de dood, terugkerende zelfmoord gedachten, of een zelfmoord poging te doen, of een zelfmoord plan te maken.

Depressie ligt dicht bij de emotie verdriet. Een depressie kan in het verlengde liggen van angst. Depressieve adolescenten zullen in de eerste plaats onzekere hulpeloosheid ervaren (dit gaat samen met de emotie angst). Als er beseft word dat het moeilijk zal zijn om invloed uit te oefenen komt er het gevoel van gemengd angstig – depressief. Als ze voelen dat hier geen controle meer over te krijgen is zal het gevoel depressief zijn. Bij deze gevoelens van angst wordt het stresssysteem ingeschakeld die cortisol (bepaalde stof) in het bloed brengt. Maar als hier veel aanspraak op gedaan wordt heeft het geen beschermende functie meer, maar draait deze juist om.

Is depressie erfelijk?

De erfelijke bijdrage van depressie bij adolescenten is groter dan bij jongere. Dit omdat de genen dan geactiveerd worden en omdat ze niet meer onder de beschermende vleugels van hun ouders zitten.Natuurlijk heeft het temperament van de adolescent ook een belangrijke rol bij depressie. Depressieve adolescenten denken vaak dat ze iets niet kunnen, niets waard zijn etc. Maar als er iets positiefs gebeurd schrijven ze dat niet aan zichzelf toe.

De ouders spelen ook een rol in dit verhaal. Ouders met een gevoelig kind, dat een geschiedenis kent van angst en vermijding, zullen eerder tot overbescherming geneigd zijn dan bij een kind die dit niet zo heeft. Hiermee ontnemen ze de kans van het kind de vaardigheden te ontwikkelen die het nodig heeft om tegen stress te kunnen.
Ook sekseverschillen spelen een rol. Meer meiden hebben last van depressies dan jongens. Waarschijnlijk doordat meiden langer blijven doormalen over problemen en omdat ze in de adolescentie een negatiever beeld van zichzelf hebben. Meiden zijn ook kwetsbaarder voor afwijzing dan jongens. De zelfmoordpogingen liggen bij de meiden hoger dan bij de jongens.

Wat gebeurt er als je depressief bent?

Bij een depressieve episode is bij een jongeren sprake van een depressieve stemming of een duidelijke vermindering van interesse of plezier in dingen. Hier kunnen lichamelijke klachten bijkomen zoals gewichtvermindering of toename, afgenomen / toegenomen eetlust, moeite met slapen of juist heel veel slapen, hoofdpijn, buikpijn etc.. Ook hebben ze gevoelens van waardeloosheid, schuldgevoelens, een laag zelfgevoel of terugkerende gedachten aan de dood of zelfmoord. Wanneer de depressieve prikkel in een jaar vaker wel dan niet is voorgekomen spreken we van een dysthyme – stoornis.

Depressieve jongeren maken meestal een vermoeide, weinig energieke indruk en op school hebben ze altijd last van leerproblemen.
Depressieve adolescenten herhalen eigenlijk steeds de negatieve gedachten die ze hebben en komen zo in een vicieuze cirkel terecht.

Doordat de adolescenten depressief zijn lokt dit afwijzing vanuit de omgeving op, maar deze houd de depressie en het sociaal isolement in stand. Om dit te doorbreken worden de jongeren geactiveerd om weer met activiteiten mee te doen. Het is ook vaak goed om de sociale vaardigheden te verbeteren bij deze adolescenten. Bij de behandeling word begonnen met lichte vormen van psychologische behandeling. Werkt dit niet of is de depressie ernstig wordt er gecombineerd met een medicamenteuze behandeling.

Wanneer spreken we van depressie?

Je hoort mensen vaak zeggen dat ze ‘even een dipje’ hebben. Daar kijkt niemand van op. Iedereen is wel eens somber of treurig. Zulke gevoelens kunnen opkomen na een tegenslag of ruzie, het verlies van een dierbaar iemand, of zomaar. Meestal trekt zo’n sombere bui vanzelf weg. Maar bij sommige mensen blijft deze stemming aanhouden. Ze hebben nergens meer zin in of belangstelling voor. Hun hele bestaan wordt beheerst door somberheid. Al schijnt de zon en bruist alles om hen heen van leven, het raakt hen niet. Ze missen de energie om iets te ondernemen en het lukt maar niet om minder somber te worden. Mensen die weken- tot maandenlang last houden van zo’n zwaarmoedige stemming lijden aan een depressie.

Wat zijn de verschijnselen van depressie?

Mensen hebben een depressie wanneer ze zich minstens twee weken achtereen erg

somber voelen en daarnaast last hebben van meerdere onderstaande verschijnselen:

  • Lusteloosheid en prikkelbaarheid;
  • Gebrek aan interesse en plezier;
  • Concentratieproblemen, vergeetachtigheid en besluiteloosheid;
  • Schuldgevoelens, zelfverwijten en het gevoel niets waard te zijn;
  • Het gevoel van binnen dood of leeg te zijn ;
  • Gevoelens van machteloosheid, wanhoop en angst;
  • Grote vermoeidheid;
  • Sterke neiging tot piekeren;
  • Huilen zonder dat dit oplucht of graag willen huilen maar dit niet kunnen;
  • Traagheid in praten, denken en bewegen of lichamelijke onrust;
  • Gebrek aan eetlust en gewichtsverlies of juist overdreven eetlust en gewichtstoename;
  • Moeite met inslapen of doorslapen of juist niet uit bed kunnen komen;
  • Weinig of geen zin in vrijen;
  • Lichamelijke klachten zoals: verstopping, een droge mond, onverklaarbare pijn, duizeligheid, hartkloppingen, trillende handen, druk op de borst en hoofd- en rugpijn.

Veel depressieve mensen voelen zich ’s ochtends het ellendigst en gaan zich in de loop van de dag beter voelen, bij anderen zijn de verschijnselen ’s avonds juist het sterkst.

Wat zijn de verschillende ‘soorten’ depressie?

Niet alle depressies zijn hetzelfde. Ze kunnen variëren van mild tot zwaar. Iemand met een milde depressie heeft last van hooguit enkele van de in het kader beschreven verschijnselen. Mensen die aan een zware depressie lijden hebben last van vrijwel alle beschreven klachten. Enkele speciale vormen van depressie zijn:

Dysthyme stoornis

Bij een dysthyme stoornis houden de klachten langer dan twee jaar aan. Mensen met een dysthyme stoornis hebben vaak niet de heftige verlammende depressieve gevoelens, maar zijn wel het grootste deel van de dag in een depressieve stemming. Ze hebben ook minder bijkomende klachten en kunnen meestal ‘redelijk’ functioneren, maar hun leven is vrijwel voortdurend gekleurd in grijstinten. Het lange aanhouden van de klachten, de uitzichtloosheid ervan, maakt deze vorm van depressie zwaar.

Manisch-depressieve stoornis

Bij mensen met een manisch-depressieve stoornis (bipolaire stoornis) wisselen perioden van grote somberheid en passiviteit en perioden van extreme activiteit en opwinding elkaar af. Mensen met zo’n manisch-depressieve stoornis denken in de overdreven vrolijke (of eufore) perioden alles aan te kunnen en doen dingen die ze normaal nooit zouden doen. Daarna zakken ze terug in grote lusteloosheid.

Postnatale depressie

Na een bevalling, miskraam of abortus krijgen sommige vrouwen last van een postpartum depressie, ook wel postnatale depressie genoemd.

Seizoensgebonden depressie

Veel mensen hebben in meerdere of mindere mate last van de seizoensgebonden depressie. Deze steekt vooral in de herfst- en wintermaanden de kop op en wordt in verband gebracht met gebrek aan zonlicht. Maar er zijn ook mensen die zich juist in het voorjaar depressief voelen.

Achtergronden van depressies

Depressies hebben niet één duidelijke oorzaak, maar ontstaan door een combinatie van biologische, sociale, en psychische factoren.

De belangrijkste biologische factor is erfelijkheid. In sommige families komen depressies vaker voor dan in andere. Bepaalde stoffen, zoals hormonen, medicijnen, alcohol en drugs kunnen het ontstaan van een depressie in de hand werken. Dat geldt ook voor sommige lichamelijke ziekten, zoals schildklier- en bijnierschorsafwijkingen, diabetes en hart- en vaatziekten.

De belangrijkste sociale factoren zijn verdrietige of schokkende gebeurtenissen. Deze kunnen een depressie oproepen. Zo kan de somberheid na het verlies van een partner of na ontslag overgaan in een depressie. Ook een ingrijpende gebeurtenis als een verhuizing kan tot een depressie leiden. De kans daarop is vooral groot wanneer mensen hun oude sociale contacten moeten missen of niet kunnen wennen aan hun nieuwe omgeving. Daarom raken ouderen die naar een verzorgingshuis zijn verhuisd nogal eens in een depressie.

Ook wanneer deze jaren geleden heeft plaatsgevonden kan een schokkende gebeurtenis nog tot een depressie leiden. Zo kunnen mensen op volwassen leeftijd depressief worden nadat ze als kind zijn mishandeld of seksueel zijn misbruikt of al vroeg een belangrijk iemand, zoals een ouder, hebben verloren.

Ten slotte zijn ook psychische factoren, iemands persoonlijke eigenschappen, van invloed op het wel of niet krijgen van een depressie. Zulke eigenschappen zijn onder andere een gebrekkig vermogen om problemen op te lossen, verdriet te verwerken of steun te vragen, weinig zelfvertrouwen, perfectionisme, faalangst en een streng geweten.
Volgens gegevens van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie heeft 1 op de 10 mannen en 1 op de 5 vrouwen minstens éénmaal in het leven een depressie. Volgens andere onderzoeksgegevens maakt jaarlijks gemiddeld 1 op de 13 Nederlanders tussen de 18 en 65 jaar een depressieve periode door. Ook 3 tot 8 procent van de 12- tot 18-jarigen heeft er last van. Dit betekent dat er op een willekeurig moment in Nederland meer dan 700.000 mensen depressief zijn.

Een depressie raakt veel mensen. Het is niet iets om je voor schamen of om te verbergen.

Ernstig depressieve mensen denken veel aan de dood. Ze ervaren het leven als zinloos, uitzichtloos en als een kwelling. Voor enkelen lijkt de dood dan een welkome verlossing uit een ellendige situatie. Het kan ook een manier lijken om een punt te zetten achter een leven dat als onverdiend wordt ervaren. De doodswens kan voorts het gevolg zijn van de behoefte anderen niet meer tot last te zijn. Per jaar maken naar schatting 1.200 mensen die lijden aan een depressie een einde aan hun leven.

Leven met een depressie is een zware last. Als een depressie aanhoudt, is het aan te raden hulp te zoeken, ook al lijkt dat een grote stap. Het is het beste om met de klachten naar de huisarts te gaan.

Vaak komen depressieve mensen er zelf niet toe die stap te zetten, omdat ze daarvoor geen energie hebben, hulp zinloos vinden of omdat ze zichzelf geen hulp waard achten. Dan is het belangrijk dat de omgeving die stap zet. Zeker wanneer iemand over zelfdoding praat of daarover signalen geeft, is hulp nodig.

Therapie bij depressie

Een onbehandelde depressie duurt gemiddeld vier tot zes maanden, maar kan ook langer aanhouden, soms zelfs jaren. Dat is niet nodig, want depressies zijn veelal goed te behandelen. Met gesprekstherapie worden goede resultaten bereikt, evenals met medicijnen (de zogenaamde antidepressiva). Wanneer gesprekstherapie en medicijnen onvoldoende effect hebben, kan de moderne elektroshock therapie een oplossing bieden.

Een depressie kan, soms na maanden, soms na jaren, weer terugkomen. Dit overkomt bijna de helft van de mensen die depressief zijn geweest. Een goede behandeling kan de kans op terugkeer van de depressie verkleinen.

Medicijnen

De meest gebruikte medicijnen, antidepressiva, beïnvloeden de stoffen in het lichaam die gevoelens en stemmingen bepalen. Bij meer dan de helft van de patiënten leiden antidepressiva tot vermindering van de depressie. Dit effect is voelbaar vanaf vier tot zes weken na het begin van het gebruik. De omgeving ziet vaak al wel eerder veranderingen.

Voor een goed resultaat is het belangrijk de medicijnen lang genoeg, zeker vier tot zes maanden, te gebruiken. Verder is het noodzakelijk het gebruik langzaam af te bouwen, in overleg met de behandelaar, in verband met mogelijke onttrekkingverschijnselen.

Antidepressiva zijn niet verslavend, maar hebben wel bijwerkingen. Deze verschillen per gebruiker en per soort. Overleg daarom met de arts over het antidepressivum dat het beste bij u past. Vaak genoemde bijwerkingen zijn: sufheid, slaperigheid, een droge mond, wazig zien, duizelingen, misselijkheid, hoofdpijn, transpireren, hartkloppingen, verstopping en afname van seksuele gevoelens. Meestal verdwijnen de bijwerkingen na verloop van tijd.

Totdat de antidepressiva aanslaan, kan de huisarts of psychiater ook kalmerings- of slaapmiddelen voorschrijven. Deze middelen werken direct en helpen tegen slapeloosheid, angstgevoelens, spanning en onrust. Meestal zijn deze medicijnen niet langer dan enkele weken nodig.

Informatie over depressie bij adolescenten

Bij kinderen zijn depressies minder goed herkenbaar dan bij volwassenen. Bij hen is het zo dat de depressie  zich meestal uit in gedragsproblemen, en de sombere stemming is minder goed toe zien.

Kinderen en jonge adolescenten

Vroeger werd de diagnose depressie bijna niet of nooit gesteld bij kinderen, pubers of adolescenten , omdat depressies bij de kinderen van deze leeftijd onvoldoende onderkend werden. Niet de sombere stemming, maar andere klachten stonden op de voorgrond, waardoor je de depressie niet direct kon zien .
Bekende klachten en verschijnselen die bij kinderen zorgen dat een depressie niet goed te zien is zijn kunnen slapeloosheid, nachtmerries, hangerig of lastig zijn, slechte schoolprestaties, bedplassen en plotselinge huilbuien. Inhouden. Maar ook een aantal lichamelijke klachten, zoals moeheid, hoofdpijn, rugpijn, buikpijn en een gebrek aan eetlust kunnen een depressie verbergen. Het kan dus om een hele hoop klachten gaan.
De laatste tien jaar is men gelukkig alerter geworden op het eventueel voorkomen van depressies bij kinderen. Als een kind of puber niet meer lacht, niet meer op te blij te maken is  en zijn gezichtsuitdrukking allesbehalve vrolijk is, moet er een belletje gaan rinkelen.
Kinderen met depressies kunnen zeker wel aangeven hoe zij zich voelen, maar dat zal niet gebeuren zonder dat men er naar vraagt. Pubers bijvoorbeeld zijn toch over het algemeen niet zo open over wat er bij hun speelt. Ze vertonen de gewone puberteitsverschijnselen, zoals stoer en stug gedrag. Ze zullen dan ook niet uit zichzelf met klachten komen.
Bij jeugdigen komen ook de depressieve stoornis en de dysthyme stoornis voor. Voor de diagnose is wel een  zorgvuldig onderzoek nodig  (onder meer via bijvoorbeeld vragenlijsten) door een (kinder)psychiater.
Uit onderzoek is gebleken dat 3 tot 8 procent van de jongeren aan een depressie lijdt. Dit zou neerkomen op 30.000 tot 80.000 jongeren. Dit is een verontrustend groot aantal, dat nog hoger uitvalt als de jongeren met lichte depressieve klachten erbij opgeteld worden.

Oorzaken van depressies bij jongeren

Een ingrijpende gebeurtenis, zoals het overlijden van één van de ouders of een echtscheiding, kan (al dan niet direct) aanleiding zijn tot het ontstaan van een depressie  Maar soms is er ook bij kinderen geen directe oorzaak aan te wijzen. In dat geval is er meestal sprake van erfelijke belasting. Het zit dan in de genen.
Depressieve jongeren kunnen in toenemende mate in een isolement geraken. Vaak worden ze door leeftijdgenoten gemeden of gepest. Dit is voor de jongere een zeer pijnlijke en een bijna niet te verdragen tesituatie. Hij probeert er dan ook uit alle macht aan te ontkomen door bijvoorbeeld zijn depressie te verdringen  met agressief en crimineel gedrag, vernielingen, drugs- en drankgebruik en gokken.

Suïcidepogingen bij jongeren

Wanneer jongeren met een depressie geen uitweg meer zien, kunnen ze overgaan tot een suïcidepoging (poging tot zelfdoding). Het aantal suïcidepogingen bij jongeren neemt de laatste jaren toe, het percentage geslaagde suïcidepogingen helaas ook. Onderzoek heeft uitgewezen dat suïcidegedachten en suïcidepogingen het meest voorkomen bij jongeren die het lager beroepsonderwijs volgen of hebben gevolgd, of weinig of zelfs helemaal geen opleiding hebben. Andere belastende omstandigheden zijn economische onzekerheid (jeugdwerkloosheid) en het opgroeien in een éénoudergezin. Er is nog geen goed onderzoek gedaan naar de mate waarin allochtone afkomst een risicofactor is.

Professionele hulp is belangrijk

Een goede hulpverlening voor depressieve jongeren is bittere noodzaak. Onderzoek heeft aangetoond dat depressieve pubers die niet behandeld worden en van wie de omstandigheden niet verbeteren, later in sociaal opzicht slecht gaan functioneren. (Ze hebben bijvoorbeeld een grotere kans om in de WAO terecht te komen.) Vroegtijdige hulp is dan ook geboden. Deze hulp kan dan bestaan uit een individuele behandeling van de jongere (eventueel met medicijnen en/of psychotherapie) en begeleiding van de ouders (met of zonder gezinstherapie).
Er is helaas nog een groot tekort aan kinderpsychiaters en andere hulpverleners, zodat veel depressieve jongeren niet de hulp krijgen die zij zo hard nodig hebben. Een complicerende factor daarbij is dat jeugdigen zich niet altijd zo makkelijk laten behandelen of voortijdig afhaken. De laatste tijd wordt gelukkig steeds meer aandacht aan deze problematiek besteed.