GEWOON GEWOON, PRECIES ZOALS HET HOORT


In het ziekenhuis maakte wij de keus dat 8 vingers bij ons mannetje normaal is. Wij hoeven dit daarom ook niet te benoemen.

Als mensen het opmerken is dat helemaal prima, als mensen dit niet opmerken is dat ook helemaal prima. We besloten daarom het ook niet tegen onze oudste zoon te vertellen met een hele denkwijze erachter:

Dit is normaal – als we het benoemen is het afwijkend, anders hoef je het niet te zeggen –We wachten tot hij het zelf ziet en reageren dan heel relaxt – We leggen hem uit dat iedereen anders is en op zijn eigen manier speciaal.
Onze zoon vind veel dingen boeiend maar echt niet hoeveel tenen en vingers een baby heeft!
waar ik wel eens lees dat oudere broers/zussen bij de kleintjes gaan tellen voelen en kijken, vind onze zoon het vooral handig om een baby broertje te hebben. Hij kan nog niet praten, niet weglopen en kijkt naar kleuren en bewegend beeld waardoor onze oudste zoon een perfect vriendje heeft gevonden waaraan hij al zijn treinen kan laten zien. Zijn auto’s, zijn kunstjes, verhaal hoe je op het potje moet plassen. Hij laat graag zien hoe je moet eten en als je gekauwd hebt hoe het er dan in je mond uitziet.

Nu MOET hij het ontdekken
Op een gegeven moment hoor ik dat het mijn nichtjes al wel is opgevallen en er bij hun moeder vragen over stellen. Ze doen dit nu nog stilletjes maar zullen ook naar mij komen met vragen. Wat wij niet willen is dat onze zoon het hoort van anderen, hij moet het zelf ontdekken. Maar dat zelf ontdekken moeten we maar wat gaan ondersteunen.
“1 2 3 4 5 6 7 8 9 10, wow ik heb veel tenen” “Hoeveel tenen heeft je vader?” “Hoeveel tenen heb jij?” “En hoeveel vingers heb ik?” etc etc etc. Hij was al afgehaakt, na ieders tenen tellen vond hij het wel genoeg. Hem toch nog de vingers van zijn broertje laten tellen en hij kwam tot 8.
Als ik vraag hoeveel vingers zijn broer heeft zegt hij 8. Draait zich naar de televisie en concentreert zich daarop. ‘Zo makkelijk zal dat toch niet gaan?! Hij heeft het misschien niet begrepen’ denk ik nog en vraag weer zijn aandacht. Ik vraag nogmaals hoeveel vingers zijn broer heeft en hij zegt wederom 8. Ik zeg dat het klopt want zijn broertje heeft geen duimpjes. “ja” is het antwoord en hij draait zich naar de tv.
Hij begrijpt het heel goed maar het interesseert hem niks. Het is voor hem een feit, niks afwijkends, gewoon zijn broer.
Als mijn nichtjes hardop vragen durven te stellen leg ik het aan hun en aan mijn zoon uit. Ik vertel wat de dokter een andere keer wil gaan doen en hoe speciaal dit is. Ik kijk met hun naar wat hun speciaal maakt en sluit het af. Mijn zoon vind het helemaal prima. Als later een van mijn nichtjes terugkomt met een vraag probeert mijn zoon het uit te leggen.

 

Kinderen zijn gemeen
Waar ik wel bang voor ben is voor de kinderen die ‘pesten’ hebben geleerd als reactie op iets wat ze niet kennen. Ik kan daar nu al boos om worden. Boos omdat ze mijn kind(eren) met rust moeten laten en boos dat ik op dat moment moeder ben. Als moeder zijnde kan ik namelijk niet de pestkoppen opwachten bij het hek. Kan wel, maar om te praten is niet wat ik in gedachten heb. Ook zou ik het dan gewoon fijn vinden om in school te lopen en bij de pestkoppen pootje te haken, zulke dingen.
Kinderen zijn gemeen, en er mag alleen maar liefde voor mijn kinderen zijn. Aan de andere kant geloof ik ergens ook wel dat er een reden is dat het juist mijn jongste zoontje geen duimpjes heeft. Hij kan er mee omgaan, ook met de reacties…