GROTE BROER WORDEN IS NIET LEUK


Na maanden wachten komt eindelijk je ‘baby broertje’, het valt je erg tegen. Niet je broertje maar wel de situatie…

Daar zitten we dan een meter van elkaar af. Je bent boos, wil niet knuffelen en kan nog niet onder woorden brengen waarom.

Ik hoorde van mijn moeder dat je al een paar dagen niet hebt gepoept, wel heb je gewoon gegeten en gedronken.
Je was weer veel moe terwijl je al maanden geen middagslaapje meer doet. Ik denk dat het kwam omdat je een aantal keer per dag naar het ziekenhuis ging op bezoek.
Je gaat naar papa en mama toe zei je dan, maar in werkelijkheid zag je ons steeds apart. Als papa bij je broer was, was ik bij jou. Als ik boven bij je broer keek zag je je vader.
Je vond het maar niets dat ik in bed lag en daar blijf liggen. Als ik naar de wc moest of naar de andere afdeling kreeg ik hulp of moest ik in de rolstoel.
Je hebt allemaal prachtige treinen gekregen die je graag aan mij wilde laten zien. Ik keek wel, was blij en enthousiast voor je, maar speelde niet op de grond met je.
Ook het uitzicht had je wel gezien.
Wat je ook zag zijn de zorgen op iedereen zijn gezicht, je zag ook dat we lachen maar ik denk dat je wel voelde dat het maar ‘halve’ lachen waren.
Je vader bleef de eerste nacht wel bij jou in jou huis slapen, daarna ging je een nachtje logeren bij mijn ouders. Dat ene nachtje werden er meer en je moest in een campingbedje en kon niet in je eigen grote bed.
Je kon niet onbeperkt met je eigen speelgoed spelen. Mijn moeder ging vaak met je naar ons huis om weer wat te pakken, maar het was nooit zoals normaal.
Je kreeg niet meer alle aandacht, je moest nu delen met een ander klein jongetje.
Normaal wouden we met zijn drieën op de foto, nu moesten we met zijn vieren. Je kon daardoor ook niet meer makkelijk tussen papa en mama in.
Normaal gebruik je mij als klimrek, trampoline en glijbaan. Nu mocht dat niet en moest je voorzichtig met mij zijn.
Normaal gebruik je mij als racebaan, landingsbaan, stootkussen en treinstation. Nu mocht dat niet en moest je voorzichtig met mij zijn.
Normaal keken we samen op de bank televisie en knuffelde we wat tot je naar bed moest, nu kon dat niet omdat je ergens anders aan het logeren was.
Normaal bij het naar bed gaan gaf ik je kusjes en deed jij of je dat heel vervelend vond. Maar als ik hiermee stopte moest ik wel doorgaan met kussen. Dit kon nu niet want ik was, zoals jij dat zei, “bij de dokter logeren”
Ik was zo blij dat ik weer naar huis mocht en dat het normale leven voor ons allemaal weer kon starten, ik dacht dat jij dat ook zou zijn. Maar nu hier ’s avonds op de bank lijkt het alsof je terug wil naar mijn ouders.

“Ik ga niet meer weg lieverd, ik blijf altijd in ons huis slapen. Als ik ooit nog een keer ergens moet logeren dan ga jij met mij mee”. Een hele diepe zucht volgt. Je pakt je beer, kruipt tegen me aan en geeft me een kus…
Ik ben thuis