NLD (Non-verbal learning disabilities)


Wat is NLD ; Non-verbal learning disabilities?

Sommige kinderen praten als de beste maar leren vrij moeilijk op school. Ze hebben problemen met ruimtelijke inzicht en oorzaak-gevolgrelaties. Vaak wil daarom rekenen of begrijpend lezen niet vlotten. Ze zijn onhandig en houterig, waardoor gym en sport vaak moeizaam gaan. Ze hebben vaak een rigide denkpatroon en passen zich moeilijk aan nieuwe situaties aan. Hun fijne motoriek is niet geweldig, wat je terugziet in hun bijna onleesbare handschrift. Het sociaal inzicht is vaak mager. Soms hebben ze dan ook moeite met het maken van vrienden. Het werktempo van deze kinderen ligt laat, waardoor ze moeite hebben om het tempo op school bij te houden. Hun verbale IQ is hoger dan hun performale IQ. Dat wil zeggen dat ze alles prima kunnen verwoorden maar dat ze dingen vaak moeilijk in hun schrift krijgen. Sinds kort weten we wat deze kinderen hebben, NLD. Dit is een neuropsychologische ontwikkelingsstoornis, die zijn oorsprong vindt in de rechter hemisfeer van de hersenen. Kinderen met NLD worden vaak niet herkend omdat hun verbale vaardigheden zo goed zijn. Jonge kinderen met NLD worden vaak in eerste instantie als kinderen met ADHD geclassificeerd. In het algemeen geldt dat de moeilijkheden van deze kinderen groter worden naarmate ze ouder worden.

Wat zijn de sterke kanten van deze kinderen?

– Vroegtijdige ontwikkeling van de spraak en woordenschat
– Opmerkelijk sterk geheugen; iets uit hun hoofd leren gaat uitstekend
– Scherp oog voor detail
– Vroegtijdige ontwikkeling van leesvaardigheden en uitstekende spellingvaardigheden
– Sterk auditief geheugen: ze luisteren graag naar alles wat verteld wordt. Ze kunnen dit goed onthouden
– Goed in technisch lezen
– Deze kinderen hebben een ruime woordenschat
– Kinderen met NLD zijn auditief (horend) erg gevoelig. Alle geluiden komen sterker binnen
– Zelfdiscipline
– doorzettingsvermogen

Wat zijn de zwakkere kanten van deze kinderen?

– een matig tot slecht organisatorisch vermogen
– Matige studievaardigheden
– Ze hebben moeite met samenvattingen maken, omdat ze hoof en bijzaken niet kunnen scheiden
– Ze hebben moeite met abstract denken
– Moeite met het zien van verbanden
– Moeite met classificeren
– Ze hebben geen goede oplossingsvaardigheden
– Hun sociale vaardigheden zijn niet goed ontwikkeld
– een onhandige, houterige grove motoriek
– veel ‘gekke’ ongelukjes
– Problemen met de fijne motoriek (pengreep, veters strikken, hanteren mes en vork etc)
– slecht oog hand coördinatie
– Moeite met het vak topografie, omdat dit veel ruimtelijk inzicht vergt
– Een spraakontwikkeling die vrij laat op gang komt (eenmaal  op gang is de spraak goed; wel kunnen er uitspraakproblemen zijn en eigenaardigheden, zoals bijvoorbeeld echoen, herhalingen en een monotone spraak)
– Problemen met inzichtelijk rekenen
– Traagheid, onzekerheid in werk. Het kind komt vaak langs om naar de voor anderen bekende weg te vragen
– Moeite met het aanleren van routines. Beheerst het kind ze eenmaal, dan zitten ze er ook goed tot extreem goed in
– Passief gedrag
– Angst voor ongewone sociale situaties
– Onverklaarbare uitingen van woede en angst
– Moeite met herkennen van niet-verbale signalen (gebaren, gezichtsuitdrukkingen)
– Problemen met het overzicht, bijvoorbeeld in de gymzaal en het zwembad
– Snel verdwalen
– Gevaarlijk gedrag in het verkeer

Wat kun je doen?

1. voordoen: je doet hardop vertellend voor hoe je de taak aanpakt.
2. Samen samendoen: zowel jij als het kind voeren de taak uit, ieder voor zich, tegelijkertijd.
3. Afzonderlijk samendoen: het kind voert de handelingen uit en verwoord ze hardop, jij staat er bij en bent de persoon waar ze op terug kunnen vallen
4. Hoorbaar nadoen: het kind voert de handelingen nu zelf uit. De oplossingen fluistert hij.
5. Onhoorbaar nadoen: het kind voert de taak zelfstandig uit en praat hooguit in zichzelf.