Rouwverwerking


Rouwverwerking

Kinderen rouwen anders dan volwassenen. Het ene moment zijn kinderen ontroostbaar en het andere moment vragen ze om een ijsje, alsof er niets aan de hand is. Voor betrokkenen is dat gedrag vaak moeilijk te begrijpen.

Hoe lang duurt een rouwproces?

Een rouwproces is te vergelijken met een lichamelijke wond die tijd nodig heeft om te genezen. Het hele lichaam is erbij betrokken; de energie gaat voornamelijk naar de genezing waardoor de rest van het lijf uit balans raakt. Het evenwicht is zoek, en ieder individu heeft zijn eigen manier en tijd nodig om te herstellen. Rouwen ontstaat door verlies van iemand waar je van houdt. Rouwen en houden van zijn dus over het algemeen met elkaar verbonden.

Wat zijn de 4 verschillende fases die je doorloopt bij rouwverwerking?

  1. De eerste fase is er een van ontkenning; men wil het verlies niet aanvaarden omdat men het als zodanig niet kan verwerken.

In dat geval willen mensen er vaak niet over praten. In extreme gevallen ontkennen mensen het overlijden. Men reageert alsof er niet is gebeurd. Soms bannen mensen het overlijden uit hun bewustzijn, ze kunnen zich niet permitteren er bewust bij stil staan omdat dit hun evenwicht zou verstoren. Men kan deze fase als een soort ‘moratorium’ noemen. Men kan de werkelijkheid niet aan en sluit deze daarom buiten. Veelal leeft men in een droomtoestand met een verlaagd realiteitsbesef, waarbij het terugverlangen naar de overledene centraal staat.
Deze fase duurt maar kort, enkele uren tot enkele dagen, maar soms tot de uitvaart. Bij kinderen kan deze fase langer duren.

  1. De tweede fase, die enkele weken kan duren, is er een van boosheid, meestal gepaard gaande met protest en opstandigheid. De dood wordt dan wel gezien als een onbehoorlijke gebeurtenis, tegen de regels in, het had niet mogen voorkomen. In dat verband komt het wel voor dat men voor het overlijden een of meer schuldigen zoekt. Zo kan men derden verwijten maken, bijvoorbeeld dat zij zich roekeloos hebben gedragen bij een ongeluk) of in de behandeling tekortgeschoten zijn (arts, ziekenhuis). Dat kan in concrete gevallen soms tot onaangename situaties leiden gedurende het rouwproces.
    Kinderen kunnen de ouders (of de nog levende ouder) verwijten maken, meestal zonder dit echt openlijk te uiten.
    Men kan ook schuld bij zichzelf zoeken waarbij men zich verwijt geen goede partner, ouder of kind te zijn geweest, dat men bijvoorbeeld niet altijd aardig of goed voor de overledene was. En dat is vrijwel altijd op onderdelen wel het geval geweest. Dat kan tot schuldgevoelend leiden. In meer extreme gevallen kan men zich voor de dood van het gezinslid (gedeeltelijk) verantwoordelijk voelen, doorgaans niet rechtstreeks, maar indirect omdat men iets verkeerd heeft gedaan of iets heeft nagelaten (bijvoorbeeld niet goed voor hem of haar heeft gezorgd).
    Ten derde kan men ook de overledene verwijten maken. Vagelijk, in de zin dat men deze het overlijden op zich verwijt: meer concreet door te denken aan zaken als het niet naar de dokter gaan, het niet innemen van medicijnen, onvoorzichtigheid en dergelijke. Vaak worden verwijten aan overledenen trouwens verdrongen, omdat deze niets wil of durft te verwijten en worden derden beschuldigd van alles.
    Met rouw gaat gewoonlijk een forse portie zelfmedelijden gepaard. Men mist de aanwezigheid van de overledene, diens steun, gesprekken, hulp, vrolijkheid en wat al niet en beseft dat men die nooit meer zal terugkrijgen. Men besef als het ware dat het overlijden een stuk leegte in het eigen leven heeft veroorzaakt, figuurlijk gezegd: dat men zelf voor een stukje is overleden.
  2. De derde fase, die een half jaar en soms langer kan duren, is er een van emotionele labiliteit en onevenwichtigheid, getekend door verwarring (men weet het niet zo goed meer) of soms wanhoop (men weet het helemaal niet meer). Dat kan leiden tot ongewoon en zelf onnatuurlijk gedrag (men is zichzelf niet). Vaak is er angst voor de dood zowel van zichzelf als wel van andere gezinsleden. Als er een kind overleden is kan zich dat uiten in overmatige bezorgdheid voor andere kinderen. Is een ouder overleden, dan kunnen kinderen deze gevoelend hebben ten opzichte van de andere ouder. Er kunnen (vooral bij kinderen) fantasieën optreden dat de overledene niet echt gestorven is, maar tijdelijk afwezig is. In deze fase kan een waaier van symptomen optreden zoals depressiviteit en psychosomatische klachten.
  3. De vierde fase is die van het loskomen van de overledene. Dit wordt wel de onthechtingfase genoemd. Door een meer objectieve kijk realiseert men zich de werkelijke situatie en legt men zich neer bij het verlies. Men doet als het ware afstand van de overledene. Men wordt zich ervan bewust dat de overledene maar een deel (al hoewel wellicht een belangrijk deel) van zijn leven is, dat men recht heeft op eigen leven dat men niet door het overlijden behoeft te laten overschaduwen.
    Deze fase ka men opvatten als het begin van de verwerking van het verlies. Het verlies krijgt een plaats, men leert leven met het verlies, men past de lege plek in zijn leven in. Men tracht een begin te maken met een leve zonder de overledene

 

Bron: boek opvoeding en persoonlijkheidsontwikkeling – Huub Angenent

Wat kun je doen als volwassenen bij rouwende kinderen?

Kinderen hebben er vaak baat bij actief aan de gang te gaan met wat er is gebeurd. Tekenen, schrijven en spelen zijn goede hulpmiddelen voor kinderen. Ook speelgoed, verkleedspullen en expressiemateriaal stimuleren de verwerking. Daarnaast kunnen deze dingen ook voor enige afleiding zorgen, waardoor het kind niet voortdurend bezig is met wat er is voorgevallen. Ook kunt u als ouder actief iets doen met het gebeurde, bijvoorbeeld het huisdier begraven, het graf bezoeken van een overledenen of nog eens op de oude school op bezoek gaan na een verhuizing. Door actief aan de gang te gaan met het gebeurde wordt het verwerken gestimuleerd.

Bij het verwerken hebben kinderen de emotionele steun en begrip van hun ouders heel hard nodig. Als ouder moet u in deze situatie ook steeds alert blijven op signalen dat uw kind het moeilijk heeft. Kinderen verwerken gebeurtenissen soms op manieren die de ouders niet onmiddellijk als verwerking zullen herkennen. Bijvoorbeeld in dromen of in gedragsverandering. Het ene kind huilt veel wat heel herkenbaar is als verwerking van het gebeurde. Maar het andere kind zal ruw gaan spelen of lichte agressie lasten zien. Dit is voor ouders minder herkenbaar als reactie op het gebeurde. De meeste kinderen hebben zelf niet in de gaten dat het gebeurde effect heeft op hun spel.

Na een schokkende gebeurtenis komen bij veel kinderen slaapproblemen en angsten bij het slapen gaan voor. Het kind is vaak bang alleen te zijn. Het is goed om bij het slapengaan de veiligheid te bieden die het zoekt. Praten over de nare dromen kan helpen de dromen te doen afnemen.

 

Wat kun je doen als het rouwen van een kind niet overgaat?

Het is een hele normale reactie als kinderen, na een schokkende gebeurtenis, een tijd probleemgedrag vertonen. Het is goed hier begrip voor te tonen. Belangrijk na een gebeurtenis is om de tijd te nemen om het te verwerken, maar na enige tijd is het ook goed langzaam aan de draad weer op te pakken, weer meer structuur te gaan bieden en het dagelijkse ritme weer op te pakken.

Maar het kan zijn dat de ouders na een paar maanden nog geen enkele verbetering zien bij het kind. In dat gevallen kan het verstandig zijn toch hulp te zoeken voor het kind Deze hulp kan geboden worden door de huisarts, de leerkracht, de afdeling Jeugd van de GGZ of Bureau Slachtofferhulp.